Het gebied mag dan ongeveer 3500 hectare (incl. 530 ha bos) groot zijn.
En dat is heel groot voor nederlandse begrippen.
Maar als je er veel komt zie je dat alles binnen een paar uur te belopen is. Ja........dat is jammer.
Het zou b.v. mooi zijn dat het centrum van zo'n gebied minimaal een dag lopen zou zijn.Dan was het centrum van zo'n gebied tevens een rustgebied voor de dieren.
Zou dit door beesten gedaan zijn?
Duidelijk te zien is dat er veel gebruik van word gemaakt.
Vaak wordt beweerd of gedacht dat bossen een belangrijke leverancier van zuurstof zouden zijn, waarvan alle leven op onze aarde afhankelijk is. Dat is onjuist. Een boom maakt weliswaar zuurstof vrij als hij koolzuur gebruikt om koolstof te binden voor zijn groei. Als de boom echter doodgaat, kunnen er een paar dingen gebeuren: hij wordt gekapt voor bouwhout, brandhout of papier, hij rot ter plaatse weg of hij wordt verbrand. Bij het verbranden en wegrotten wordt precies evenveel zuurstof verbruikt als bij de groei is afgegeven. Alleen zolang het hout intact blijft is er een nettoverschil op de zuurstofbalans, dat wil zeggen zolang het bouwhout blijft bestaan of als de boom of vegetatie fossiliseert tot veen, bruinkool of steenkool. Als men een bos plant op een plaats waar het er voor die tijd niet was, is er een netto zuurstofeffect, maar alleen zolang tot het bos in evenwicht is en er meer groeit dan er wegrot.
Maïs behoort tot de groep C4-gewassen(*), een groep planten met een beperkte ademhaling die een zeer hoge koolstofopname realiseren. Eén hectare maïs absorbeert 22 à 44 ton CO2 per jaar, en produceert 16 à 32 ton zuurstof per jaar. Dit is aanzienlijk meer dan wat 1 hectare bos per jaar aan zuurstof kan leveren.
(*) C4-plant: genoemd naar het aantal koolstof- of "c"atomen die de koolhydraten, gevormd door fotosynthese, bevatten. (Graan en aardappelen zijn C3-planten)
(bron: Caussade Service Benelux)
gele trilzwam (Tremella mesenterica) is een trilzwam uit de familie van Tremellaceae
De gele trilzwam is het gehele jaar door te vinden op takken van loofbomen en struiken. Het is een algemene verschijning.
Het vruchtlichaam heeft een doorsnede van 1,5 tot 5 cm en is hersenachtig geplooid. Het is opvallend geel of oranjegeel. In droge toestand verandert de substantie van geleiachtig tot kraakbeenachtig taai en ook donkerder van kleur.